Verhalen van Stoffel

 

Ik heb een en ander vastgelegd van wat ik nog weet van vroeger, of wat ik nog ergens tegenkwam.

De tijd vliegt en de historie vervliegt.

 

 

Het voorlezen in mijn jeugd

Ik ben geboren in een gezin waar vader en moeder dialect spraken.
Dus ik maakte voor het eerst kennis met de Nederlandse taal op de kleuterschool.
Toen ik vief of zes jaar oud was, kwamen op een zondag theologiestudenten uit Zwolle bij ons de middagmaaltijd gebruiken. Mijn vader was ouderling of diaken in de Chr. Gereformeerde kerk te Haamstede en de studenten bezochten de kerkdienst in het kader van hun studie. Aan tafel spraken zij voor mij een onbegrijpelijke taal, misschien ook een soort Christelijk jargon of een tale Kanaäns. Toen zij wegwaren vroeg ik aan mijn vader: "Bin dat noe Engelsen?". Blijkbaar had ik wel ergens een klok horen luiden. Nee dat waren geen Engelsen, eerder een soort engelen en zij spraken dus Nederlands.
Mijn ouders lazen twee à drie keer per dag na de maaltijd hardop een stuk uit hun trouwbijbel (foto 4). Die hadden ze gekregen uit de handen van Ds. Van der Klis, of een collega van hem. Ds. Van der Klis doopte mij. Dat voorlezen gebeurde op een zangerige, monotone toon. Het was plichtmatig. Wij hoorden het wel, maar we letten niet zo op de inhoud.
Waar mijn vader wél op de inhoud lette bij het voorlezen, was wanneer er weer een boekje van Flipje Tiel in huis kwam. Je kon die boekjes sparen bij De Betuwe jam. Flipje werd mijn eerste literaire held op die manier. Mijn vader nam zo'n boekje in zijn werkhanden en begon de korte rijmpjes voor te dragen, veel levendiger dan bij het Bijbellezen. Vaak nam het verhaal een grappige wending of werd het verhaal absurd. Dan stikte mijn vader van het lachen en konden we hem niet meer verstaan. Meerdere keren moest hij dan het versje opnieuw beginnen.
Flapoor Olifant, Kroesje Beer, Jasper Aap, Tielse Flip, Juffrouw Schaap, Bertje Big en Oom Klaas (v.l.n.r. op foto 1) vulden mijn wereld. Flipje was weinig belerend en ging niet naar de kerk. Meestal werd iets niet zo heel slim aangepakt - mijn vader zou het "lomp" noemen; iets wat ons ook wel eens werd verweten. Blijkbaar genoten pa en ma zelf zó van Flipje dat het eerste Sinterklaascadeau in 1992 voor Arjan en Martijn (hun tweeling-kleinkinderen) een Flipje-verzamel-album moest zijn (foto 2)
Later op de lagere school kregen we vaak met Kerst een boekje van W.G. van der Hulst. Daarin werd vaak en lang gebeden en alles sloot aan bij onze opvoeding. Jaap Holm, Niek van den bovenmeester, Maarten Luther, Van Bob en Bep en Brammetje, Bruun de beer, Rozemarijntje en Willem Wijcherts, allemaal boeken uit het begin van de twintigste eeuw, waarin de Christelijke levenswijze als normaal werd beschouwd en bijvoorbeeld de opstand tegen Spanje werd verheerlijkt. Dit werd aangevuld met de Pennings-omnibus die de Boerenoorlog in Zuid-Afrika beschreef en boeken van K. Norel, allemaal boeken vanuit een perspectief, zeg maar met de échte VOC-mentaliteit, dat we nu van meer nuance zouden voorzien. (zie foto 5 en 6).
De jongens die in een klas hoger dan de mijne zaten, kregen cowboy- en indianenboeken, veel spannender dan die van ons. Ieder jaar hoopte je dat er zoiets moois uit het Kerstpapier zou komen, maar nee, onze klas bleef verstoken van dat soort verhalen. Misschien paste de meester het aan qua type kinderen of ouders van de bijbehorende klas.
Ik las intussen de hele schoolbibliotheek uit, allemaal boeken met een bruine kaft eromheen. En daarna de bibliotheek die zich ergens achter een gordijn achterin de winkel van Goudszwaard bevond. In oktober 2025 was ik in het museum in Tiel en kwam alles weer uit mijn diepste herinnering naar boven (foto 3).

Later hadden we thuis een abonnement op de Donald Duck, helemaal geen slechte aanvulling voor een zich ontwikkelend brein.
 

   


       

 

 

 

Pa en het ei

Werken in de duinen; rechts staat pa,

de man met zijn armen over elkaar is Fonteijne.

Zijn dochter Janneke kwam condoleren in juli 2024

na de dienst voor ma en vertelde dat de mannen

onderling wel eens een grapje uithaalden

(André werkte een zomer mee daar en zag

een heel andere pappa dan thuis - een lolbroek).

Ma Boot gaf pa vaak een gekookt ei mee en pa

at dat bij zijn lunch. Hij tikte dat ei altijd stuk op

zijn kale schedel en pelde het daarna. Op een

dag verwisselden de collega’s het gekookte ei

met een ongekookt ei. Je snap al wat er toen

gebeurde. Pa zei toen: O, moeder Pie is zeker

vergeten het ei te koken….

De mannen hadden dikke pret.

 

 

 

 

Herinneringen aan pa, uitgesproken in de herinneringsdienst 2019
Dit is een Dankdienst. We zijn dankbaar voor wie pa was. Leendert , Anita, André, Jantina en ik willen met u herinneringen delen.
Tekst van de kaart. Het bloemstuk op de kist maakte Anita met elementen die bij Pa horen.
Het gezin
Pa komt uit een gezin met vier jongens, zijn vader en moeder hadden een boerderij.
Een deel van de jeugd van pa en ma viel in de oorlog. In 1953 vond hier de ramp plaats. Pa werkte zich vanuit de magere jaren naar wat meer luxe. En wij, de kinderen, ontwikkelden ieder onze bescheiden talenten, zonder dat pa ons daarin beperkte. Hij hielp waar hij kon.
Sterk en werk.
Pa was sterk, fysiek sterk, maar ook mentaal.
Pa heeft in zijn leven veel gesjouwd en gedragen. In zijn jeugd op de boerderij, daarna met kratten melk; met zijn broer Johan werkte hij samen in de melkzaak, melk rondbrengen en daarbij was de winkel van tante Magda aan de Noordstraat. Oom Johan is in april 2011 overleden.
In de herfst van de jaren ’60 ging hij na het dagelijkse werk in de melkzaak nog mangels uitdoen, voederbieten rooien, bij zijn broer Marien. Van de boerderij van oom Marien en tante Jannie kwam ook meestal ons mestkalf.
In 1969 had Leen weer eens naar gedroomd en mocht hij slapen tussen mama en papa in. Het was Vaderdag en zo hoorde hij ’s morgens Han de slaapkamer binnenkomen, die zegde zijn Vaderdagversje op dat hij op school had geleerd. “M’n vader die is groot en sterk, hij gaat altijd naar z’n werk” enz. Dat versje klopte echt voor onze papa, het is bewaard gebleven.

 


Jantina vertelde dat ze altijd op papa’s nek mocht zitten als ze gingen wandelen. Zelfs toen ze er eigenlijk te oud voor was.

Jantina vertelde ook hoe leuk het was als Pa weer een stiertje had opgehaald, om een emmer melk te maken en dan het kalf te laten drinken met behulp van je hand.
Anita heeft ook herinneringen aan de stieren: soms ontsnapte de stier en dan liep die op het dorp en moesten ma, Anita en ieder wie er thuis was proberen dat beest weer in de wei te krijgen.
Pa experimenteerde ook graag: hij ging dan kalkoenen houden of een deel van de tuin vol asperges zetten. Aan zinloze zaken had hij een hekel, hij hield van het wonder van ontkiemend zaad en van dieren, maar het moest allemaal wel via de keuken op tafel komen.
Na de periode als melkboer kreeg hij zijn werk in de duinen. Een paar zomers deden André en Han vakantiewerk bij pa en gingen ze mee helmgras planten. André en Han ontdekten van hun bedachtzame, luisterende vader een andere kant: pa maakte met zijn collega’s veel lol.
Jaren later werkt Pa met ome Cor, bij “het hout”, ze hakken boomstammen tot haardhout. De schoonzoons Jaco en Toon helpen mee en kijken met verbazing naar het tempo van pa: “dat is niet bij te houden”.
Ook in mentaal opzicht was hij sterk. Toen onze broer Han overleed zei hij: “We moeten dit dragen….” En dat heeft hij gedaan, samen met ma, zonder de gedachten aan Han los te laten. Een jaar later stonden we aan het graf van Marijke.

De kerk
Naast zijn werk was pa actief in deze kerk. Als ouderling en diaken stond hij midden in de Gemeente. Dat deed hij heel graag. Het geloof gaf hem houvast.
Cor Kloet schrijft in het In Memoriam over pa: Zijn kracht was dikwijls luisterend en spaarzaam sprekend, mensen bij elkaar brengen, vrede te stichten en voor te leven wat een Christen zo herkenbaar maakt, dienend om te dienen.
Nieuwsgierig
Pa was nieuwsgierig, niet zozeer naar wat mensen uitspookten, maar naar geschiedenis en landschappen. We keken ’s nachts met hem naar de maanlanding en naar Cassius Cley.
André heeft van hem geleerd hoe je je fietsband moet plakken. Welk kind kan dat tegenwoordig voor zijn tiende verjaardag?
Hij leerde ons schaken, sjoelen, mens-erger-je nieten... Hij wilde wel altijd winnen, ook met de spelletjes die hij ons leerde. Je kreeg het van hem niet cadeau.
In de Winter van 1963 waren er grote ijsschotsen gemeld op de kop van Schouwen. Dat vond Pa interessant. Leen herinnert zich dat Pa naar Westenschouwen reed met Stoffel, Leen en Marijke, in de Ford, om daar eens te gaan kijken. Na het interessante strand bezoek, dat wel koud was, met veel sneeuw, startte de Ford niet meer en moesten ze naar huis lopen, om de beurt op Pa z’n sterke schouders, want het was koud en ver.
Hij las ons graag voor.
Anita vergeet nooit hoe pa voorlas uit de boekjes van Flipje Tiel . Hij moest zelf tussendoor steeds zo lachen om de rijmpjes, dat wij het verhaal niet goed konden volgen, zie ook het verhaal hierboven.

Gastvrij
Leen werkte in de vakanties als melkboer met André den Boer, vandaag onze koster, en die “Grote Dree” had door omstandigheden geen thuis meer. Leen zei “dan kom je toch bij ons wonen , dat kan best". En zo gebeurde, geen probleem voor pa en ma, grote Dree woonde zo een flinke tijd bij ons.
Altijd behulpzaam en gastvrij en extra eters nooit een probleem, vraagt u maar aan Mient.

Vakanties en reizen
Met de gele Ford, de eerste melkwagen, een gehuurde tent en een gestikte deken gingen we via watervallen en bergen in Zwitserland naar het Comomeer in Italië. Met als hoogtepunt een bezoek aan het eiland Isola Bella. Dat was een hele onderneming en niet altijd zo simpel. In de nacht en regen werden we op een gegeven moment aangehouden, het bleek dat we terecht gekomen waren op een landingsbaan van een NAVO-basis in Offenburg.
En later kwamen de grote reizen.
Jantina vertelde van een reis die pa en ma maakten met Ome Cor en tante Tina. Ze reisden 6 weken in een busje met chauffeur door India , zonder een woord Engels te kunnen spreken.
Na thuiskomst werden er avonden lang de dia’s bekeken. Pa had een goede kijk op foto’s maken. Vaak kwam de vraag: “O ja, waar was dat ook al weer?”
India, Zuid-Afrika, Indonesië, Nepal, een cruise door Scandinavië, Nieuw-Zeeland, pa en ma genoten met volle teugen.
Sinds 2005 wonen Pa en Ma in hun huis aan de Ring. Geen werk meer te doen in de tuin. Wel tijd voor fietstochten met vrienden, borrelen op de Duinhoeve, met het vast clubje naar de Heerenkeet , of een cappuccino drinken bij de mannen van de theetuin in Serooskerke.

Nooit klagen
Zijn ogen en oren gingen steeds meer achteruit, daardoor werd het voor Pa moeilijk om gesprekken te volgen.
Leen ging de laatste jaren nog al eens ’s morgens om half elf naar pa en ma, dan is het Pa’s biertjestijd en spraken ze over het varen, of verre landen waar Pa en Ma ook waren geweest . Of ze spraken niet, gewoon fijn om bij elkaar te zijn.
Maar Pa klaagde nooit. Hij nam het leven zoals het kwam. Ook op het laatst, hij tobde met een dik been. Vorige week donderdag was hij daarvoor met Leen en Rianne in het ziekenhuis. De dokter constateerde dat er een oude bloedprop in het been zat en zei: “Je moet veel bewegen, het zal dan wel goedkomen”” Pa was opgelucht. Hij zei de laatste tijd wel: “Ik ben oud”.
Vorige week waren velen van u op de verjaardag van ma op de Duinhoeve, daar hebben we goede herinneringen aan.
We moeten afscheid nemen. Nu moeten wij het dragen.
Pa leeft verder in ons hart en in onze gedachten. Wij gaan hem begraven in het graf bij Marijke en Han.
Dag lieve pa.



 

 

Ik beschouw bovenstaande teksten als mijn eigendom en heb ze daarom op mijn eigen site gezet.

Mocht je bezwaren, kritiek, complimenten, aanvullingen of vragen hebben, mail me dan.

stoffel.boot@UPCmail.nl